Lokeren graaft in zijn verleden

LOKEREN. Zeer binnenkort wordt gestart met de herinrichting van de Lokerse Markt. De voorbereidende aanleg van de daarvoor vereiste nutsvoorzieningen (gas, water, elektriciteit, enz…) is trouwens al begonnen. Voorafgaand aan werken van dergelijke aard, worden de gemeenten  door de hogere overheid verplicht om na te gaan of er zich in de ondergrond archeologisch waardevolle zaken bevinden. Nog vorige week liet de Leuvense burgemeester Louis Tobback op de hem eigen manier zijn groot ongenoegen blijken over deze reglementering betreffende archeologisch vooronderzoek. Ook het Lokers stadbestuur kon de verplichte opgravingen dus niet ontlopen. Zij hebben dan maar van de gelegenheid gebruik gemaakt om op woensdagnamiddag 27 oktober een rondleiding te organiseren, waar belangstellenden o.a. de resultaten konden zien van de opgravingen tot nu. Met dank voor de kundige en boeiende uitleg door de gids van de Lokerse Toeristische Dienst en door de plaatselijke archeologe.

voorgeschiedenis

Het kon - gelukkig maar - niet de bedoeling zijn om de ganse markt tot op grote diepte te gaan omwoelen op zoek naar archeologische vondsten. Wel zouden er vier proefputten gegraven worden op punten waar men dacht de meeste kans te hebben om interessante vondsten te doen. Daarom moest opgezocht worden hoe de markt er eeuwen geleden uitzag, om te weten waar er toen gebouwen, grachten of wegen lagen, locaties waar normaal gezien de meeste kans bestond om er nu betekenisvolle archeologische voorwerpen terug te vinden.

In een bijzonder boeiend verhaal gaf de stadsgids een beeld van dat verleden rond de Markt.
Toen Keizer Karel in 1555 een marktoctrooi aan Lokeren verleende, bestond het toenmalige marktplein uit een driehoek, ongeveer vanaf de huidige Schoolstraat tot aan de kerk, en een smalle strook vanaf de Schoolstraat richting huidig stadhuis. Toen was er dus geen directe verbinding naar de Durme, die langs beide oevers omgeven was door meersen. Het was één van de belangrijkste landbouwmarkten uit de wijde omgeving, waar de vlashandel klanten aantrok vanuit Destelbergen, Zele en zelfs Hulst. Andere belangrijke handelssteden zagen dit niet graag gebeuren, en blijkbaar zouden garnizoenen uit Dendermonde en Gent om die reden de kerk en de houten huizen van het centrum in 1584 hebben platgebrand. Ook later - in 1789 - zou er nog een grote brand gewoed hebben in het stadscentrum. In de hoop sporen van die branden terug te vinden, is er een proefput voorzien op het plein tegenover de Schoolstraat, ter hoogte van kunstwerk De Dwarsligger. Een andere put is gegraven tussen de bomen van het middenplein om te zoeken naar restanten van bewoning uit de 16° eeuw.

In het gebied vanaf de huidige Groentemarkt tot de Oude Vismijn en het postkantoor  bevond zich in de jaren 1500 een landgoed, het Hof van de familie Cortewille (sic) (Een mogelijk verband met het Beverse Cortewalle is niet bewezen, maar ook niet uitgesloten). In dit gebied staat nu o.a. het stadhuis, maar daarvan was toen nog geen sprake, want dat werd pas gebouwd in 1761. Met een proefput tegenover het postgebouw hoopte men restanten terug te vinden van de omwalling rond het toenmalige landgoed.

In 1610-1611 slaagde het stadsbestuur erin om een smalle doorgang van de markt naar de Durme te verwerven. In de daaropvolgende 40 jaar heeft men stukje bij beetje aanpalende percelen kunnen verkrijgen van de toenmalige eigenaars, zodat het grondplan van de markt in 1651 ongeveer zijn huidige vorm kreeg. De Lokerse stadsgids bracht smeuïge verhalen over de wijze waarop die percelen werden verkregen. Overtreding van een bouwvergunning werd door de vingers gezien als de eigenaar een stuk grond afstond. De eigenaar van het landgoed van Cortewille stond dan weer een streep grond af, op voorwaarde dat hij een muur mocht bouwen die hem beschermde tegen inkijk. En er waren ook wel reguliere grondaankopen. Belgen bestonden toen nog niet, maar compromissen zijn in onze streken blijkbaar van alle tijden...
Haaks op de Durme was er toen een inham, die insneed in de noordzijde van de markt, en die gebruikt werd als kaai voor schepen. Daarrond moeten er ook vlashuisjes gestaan hebben. Tegenover optiek Olemans en reisbureau Neckerman werd een proefput gegraven, op zoek naar restanten van de kaai, een trap aan de rand daarvan, of de vlashuisjes.

voorlopige resultaten

Afgaande op de grondige voorstudie ter bepaling van de proefputten, zou men verwachten dat er toch enkele opmerkelijke vondsten gedaan worden. Tot nu is dat evenwel niet echt het geval, maar de opgravingen zijn nog niet afgelopen.
In de eerste twee proefputten ontdekte men overblijfselen van een wegje, waaruit de archeologen straatstenen gerecupereerd hebben; er was een paalspoor en een stukje aardewerk met motief, vermoedelijk uit de 8° eeuw; en verder de glazen bodem van een oude fles, scherven van tegels en potten. Ook ter hoogte van de post niets spectaculair: wel een spoor van greppels, wat wijst op meersen met grachten.

Tijdens de rondleiding vorige woensdag was men aan de derde put bezig, op het parkinggedeelte tussen de bomenrijen. Onder de bovenste grondlaag was daar een duidelijk afgescheiden zwarte strook zichtbaar, met daaronder dan weer de afzettingen van oude vochtige meersgronden. De zwarte grondlaag is volgens de archeologe zeker een gevolg van menselijke ingrepen, mogelijks opvulling van een gracht rond het oude landgoed.

Na afloop van de werken in de vier proefputten zullen alle vondsten en grondstalen nog verder onderzocht worden. De resultaten daarvan worden vervolgens in een rapport gepubliceerd.

Tot nu toe zijn er geen spectaculaire vondsten, die uitbreiding van de archeologische opgravingen noodzakelijk maken. Misschien jammer voor historici en archeologen, die, afgaande op de oude plannen en tekeningen, wellicht gehoopt hadden dat de Lokerse marktbodem iets meer van zijn geheimen zou prijsgeven. Anderzijds een geruststelling voor het stadsbestuur en de aannemers, die klaarstaan om de herinrichting van de Markt aan te vatten. (jdw)